Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2022:400

Parket bij de Hoge Raad · 28-04-2022 · zaaknummer 21/03687

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 28-04-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G IJzerman heeft een conclusie genomen over het kostenvergoedingsverzoek van belanghebbende ex artikel 53, vijfde lid, van de AWR. Heeft de Inspecteur teveel informatie over derden verlangd van belanghebbende? Informeel verschoningsrecht voor adviezen. Stelplicht van belanghebbende in het kader van haar kostenvergoedingsverzoek. Het betreft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 27 juli 2021, nr. BK-21/00027, ECLI:NL:GHDHA:2021:1509. Bij brief van 9 oktober 2018 heeft de Inspecteur aangekondigd voornemens te zijn bij belanghebbende een derdenonderzoek in te stellen, als bedoeld in artikel 53, eerste lid, letter a, van de AWR. Het verzoek om informatie over derden heeft betrekking op cliënten van belanghebbende, zijnde een aantal vennootschappen waarbij belanghebbende als structuuradviseur betrokken is. In het informatieverzoek is aan belanghebbende verzocht om inzage in de integrale correspondentie en alle overige documentatie, voor zover niet zijnde louter belastingadviezen met de genoemde vennootschappen, dan wel met anderen aangaande de genoemde vennootschappen. De Inspecteur heeft daarbij gewezen op de wettelijke fiscale geheimhoudingsplicht die in dit kader ook zou gelden voor belanghebbende. De gemachtigde van belanghebbende heeft aangegeven dat het informatieverzoek - inzage in de integrale correspondentie en alle overige documentatie, voor zover niet zijnde louter belastingadviezen - zijns inziens te ruim is geformuleerd. Daartoe wordt gewezen op de reikwijdte van het zogenoemde informele verschoningsrecht van de belastingadviseur, als gebaseerd op het fair play-beginsel. Bij brief van 21 november 2018 heeft de Inspecteur zich nader op het standpunt gesteld dat hetgeen in dit kader niet behoeft te worden verstrekt beperkt is tot een restcategorie aan correspondentie die tot doel heeft de fiscale positie van de belastingplichtige te belichten of hem daaromtrent te adviseren. Bij brief van 10 december 2018 heeft de gemachtigde van belanghebbende de door de Inspecteur gevraagde informatie onder protest verstrekt. Ingevolge artikel 53, eerste lid, onderdeel a, juncto het vijfde lid, van de AWR, kan een administratieplichtige, zoals belanghebbende, die desverzocht informatie heeft verstrekt over derden, na het verstrekt hebben van die informatie, een verzoek doen tot schadevergoeding, indien de administratieplichtige van oordeel is dat die verplichting tot informatieverstrekking ten onrechte is opgelegd. Zo een verzoek om een kostenvergoedingsbeschikking heeft belanghebbende gedaan. De Inspecteur heeft het verzoek afgewezen. Rechtbank en Hof hebben de Inspecteur in het gelijk gesteld. Tegen de uitspraak van het Hof heeft belanghebbende thans in cassatie vier middelen gericht. Alvorens over te gaan tot bespreking van de middelen, besteedt de A-G aandacht aan de vraag of het kostenvergoedingsverzoek als gedaan door belanghebbende voldoet aan de daaraan ingevolge artikel 53, vijfde lid, van de AWR te stellen eisen. Het komt de A-G voor dat een belanghebbende die een dergelijk kostenvergoedingsverzoek doet ten eerste zal moeten aangeven welke door hem in het kader van het inlichtingenverzoek verstrekte informatie moet worden aangemerkt als verstrekt in strijd met zijn rechtsplicht en daarmee als onrechtmatig gevorderd door de Inspecteur. Ten tweede ligt het volgens de A-G op de weg van de belanghebbende in het kader van het verzoek uit te leggen wat de hoogte is van de te vergoeden kosten. Het verzoek van belanghebbende is echter op een andere wijze opgezet. Verzocht wordt om vaststelling van een kostenvergoedingsbeschikking op basis van de onderhavige onrechtmatig opgelegde verplichting. Indien de onrechtmatigheid wordt vastgesteld zal belanghebbende daarna een overzicht geven van de kosten die verband houden met het onrechtmatige informatieverzoek. Volgens de A-G kent het formele belastingrecht niet de mogelijkheid eerst bij beschikking een dergelijke verklaring voor recht te verkrijgen van de Inspecteur. In een verzoek om vergoeding van kosten behoort, naar de A-G meent, niet alleen te worden verzocht om een verklaring dat het informatieverzoek onrechtmatig is, met uitleg en specificatie van dat element, maar behoort ook te worden ingegaan op de kosten die verband houden met de nakoming van het onrechtmatige informatieverzoek. Dat vergt een redelijke mate van specificatie. Aan beide elementen schort het in het verzoek van belanghebbende, zodat dit volgens de A-G reeds daarom moet worden afgewezen. Overigens falen volgens de A-G alle door belanghebbende in zijn middelen tegen de Hofuitspraak aangevoerde (motiverings)klachten. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.