ECLI:NL:PHR:2022:342
Parket bij de Hoge Raad · 12-04-2022 · zaaknummer 19/04995
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Veroordeling tot gevangensisstraf van tien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk vanwege onder meer 1. het verbergen van een lijk met het oogmerk om het feit van het overlijden te verhelen (art. 151 Sr) en 2. het opzettelijk, in strijd met een wettelijke verplichting, nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in art. 227b Sr. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte het stoffelijk overschot van zijn moeder gedurende bijna tweeëneenhalf jaar in zijn ouderlijk huis heeft verborgen, hij het overlijden van zijn moeder niet heeft gemeld bij de uitkeringsinstanties zodat de uitkeringen van zijn moeder bleven doorlopen en hij deze gelden in eigen zak kon steken. De twee cassatiemiddelen klagen tevergeefs over de strafmotivering. De conclusie strekt ertoe de duur van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn te verminderen volgens de gebruikelijke maatstaf en het bestreden arrest voor het overige in stand te laten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
