ECLI:NL:PHR:2022:329
Parket bij de Hoge Raad · 05-04-2022 · zaaknummer 21/01415
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Rechtsgeldige toestemming door een niet-verdachte voor de doorzoeking van zijn auto in het licht van art. 8 EVRM? Vergelijking met de casus die ten grondslag lag aan HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1143 waarin de Hoge Raad bij de vraag of rechtsgeldige toestemming is verleend betrekt dat de betrokkene erop was gewezen dat hij toestemming kon weigeren. Deze mededeling is in deze zaak niet gedaan. Wat dat betreft is het middel volgens de AG terecht voorgesteld. Belang bij cassatie ontbreekt omdat een schending van art. 8 EVRM in beginsel niet tot bewijsuitsluiting leidt en onvoldoende is aangevoerd waarom dit in onderhavige zaak anders zou zijn. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
