Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2022:281

Parket bij de Hoge Raad · 23-03-2022 · zaaknummer 21/03442

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 23-03-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of uitgaande van de waarde van de Europese uitvoering van de auto, die wel voorkomt in de gehanteerde koerslijst, daarop een vermindering mag worden toegepast wegens afwijkende uitvoeringen in de Amerikaanse versie van de geregistreerde auto. Het betreft het beroep van de Staatssecretaris tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden van 29 juni 2021, nr. 20/00756, ECLI:NL:GHARL:2021:6297. Belanghebbende heeft aangifte BPM gedaan voor een auto met als datum van eerste toelating in de Verenigde Staten van Amerika 1 juli 2014. De auto is in 2017 ingevoerd in Duitsland. In maart 2018 is de auto overgebracht naar Nederland. Tenaamstelling in het Nederlandse kentekenregister heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. De Inspecteur heeft de door belanghebbende aangegeven waarde van de auto te laag geacht en heeft daarom een naheffingsaanslag BPM opgelegd. De auto is voorzien van twee onderdelen welke afwijken van de Europese uitvoeringen: de koplampen bevatten bepaalde reflectoren die in Nederland niet zijn toegestaan en de klimaatregeling kan de temperatuur alleen in Fahrenheit weergeven. In de aangifte is ervoor gekozen de afschrijving te bepalen met behulp van een taxatierapport. In het taxatierapport wordt rekening gehouden met te maken kosten voor het vervangen van de afwijkende onderdelen. Bij de Rechtbank hebben partijen overeenstemming bereikt over de uit de gehanteerde koerslijst volgende inkoopwaarde van de Europese uitvoering van de auto, op € 27.458. Naar het oordeel van de Rechtbank is door de afwijkende onderdelen sprake van een in de handel in aanmerking te nemen omstandigheid die de waarde van de auto vermindert. Deze waardevermindering is door de Rechtbank in goede justitie vastgesteld op een bedrag van € 1.000. De Rechtbank heeft uitgaande van een en ander de in aanmerking te nemen handelsinkoopwaarde gesteld op € 26.458 en heeft de naheffingsaanslag verminderd. Bij het Hof resteerde als geschil of bij het berekenen van de verschuldigde BPM moet worden uitgegaan van een handelsinkoopwaarde van € 27.458 (standpunt Inspecteur) of € 26.458 (standpunt belanghebbende). Het enige bij het Hof resterende geschilpunt was daarmee of de voornoemde waardevermindering van € 1.000, wegens de afwijkende onderdelen, als waardevermindering ten opzichte van de volgens koerslijst geldende inkoopwaarde, in aanmerking moet worden genomen. Het staat vast dat de auto als zodanig (Amerikaanse variant) niet voorkomt in de door belanghebbende gekozen koerslijst, in die zin dat daarin niet kan worden gekozen voor de Amerikaanse uitvoeringen van koplampen en klimaatregeling. Dus hebben partijen, daarin gevolgd door het Hof, aansluiting gezocht bij de wel in de koerslijst voorkomende Europese uitvoering van de auto. Het Hof heeft aannemelijk geacht dat de voor dit type auto geldende koerslijstwaarde niet in relevante mate is beïnvloed door het zeer geringe aantal transacties in dergelijke Amerikaanse auto’s. Daarvan uitgaande is het volgens het Hof aan belanghebbende toegestaan aannemelijk te maken dat op de koerslijstwaarde voor de Europese uitvoering van de auto vanwege de afwijkende uitvoering een waardevermindering moet worden toegepast. Volgens het Hof is een correctie op de koerslijstwaarde - anders dan de Inspecteur heeft gesteld - niet beperkt tot het geval van schade aan de auto. Het Hof acht het aannemelijk dat hier sprake is van een waardevermindering van ten minste € 1.000 en heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Tegen die beoordeling van het Hof komt de Staatssecretaris op in cassatie. Het standpunt van de Staatssecretaris komt erop neer dat als een belanghebbende, zoals in casu, ervoor kiest de waarde van de te registreren personenauto te bepalen aan de hand van een in de handel algemeen toegepaste koerslijst, voor een aanvullende vermindering op grond van een factor die niet in deze koerslijst staat geen plaats is. De A-G merkt daarentegen op dat uit de totstandkoming van de desbetreffende wet- en regelgeving, als toegelicht, blijkt dat ook indien sprake is van een taxatierapport, zoals in casu, gegevens kunnen zijn ontleend aan een koerslijst en dat in die koerslijst ontbrekende gegevens mogen worden aangevuld. De individuele afschrijving kan ook worden vastgesteld aan de hand van een taxatierapport waarvoor mede gebruik is gemaakt van gegevens uit zo’n koerslijst. Van ontbrekende gegevens is, uitgaande van de Europese uitvoering die wel voorkomt in de koerslijst, volgens de A-G sprake ten aanzien van de Amerikaanse uitvoeringen van koplampen en klimaatregeling. Het komt de A-G aldus voor dat deze zaak ten gunste van belanghebbende kan worden beslist op basis van nationaal recht. Daarom is hier zijns inziens geen behoefte meer aan een nadere toetsing aan Europees recht, zodat het middel in zijn geheel faalt. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris ongegrond dient te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.