Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2022:169

Parket bij de Hoge Raad · 21-02-2022 · zaaknummer 21/02864

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 21-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verdragsinwonerschap BV, vestigingsplaatsbepaling; internationaal-privaatrechtelijke zeteltheorie, EU-recht; uitleg van Portugees recht Feiten: De belanghebbende is een BV opgericht naar Nederlands recht. Haar directeur/ grootaandeelhouder (dga) staat sinds 7 maart 2000 ingeschreven op een woonadres in Portugal. De Nederlandse Kamer van Koophandel vermeldt dat adres als belanghebbendes bezoekadres. De dga doet sinds 2000 als buitenlands belastingplichtige aangifte in Nederland. De belanghebbende heeft ook in de jaren na 2000 als binnenlands belastingplichtige aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) gedaan in Nederland. In geschil is waar de belanghebbende voor het belastingverdrag Nederland-Portugal inwoner is. De Rechtbank en het Hof hebben geoordeeld dat, nu de belanghebbende naar Nederlands recht is opgericht, zij op grond van art. 2(4) Wet Vpb fiscaal inwoner van Nederland is, maar dat voor de toepassing van het verdrag onderzocht moet worden of zij ook inwoner is van Portugal in de zin van art. 4(1) van het verdrag. Dat is het geval als zij in Portugal onbeperkt belastingplichtig is. Volgens de feitenrechters is dat het geval omdat Portugal voor fiscaal inwonerschap van een rechtspersoon en daarmee voor diens onbeperkte belastingplicht aansluit bij de effectieve leiding van de rechtspersoon, die bij de dga in Portugal ligt. In cassatie acht de Staatssecretaris art. 4 van het belastingverdrag geschonden doordat het Hof ten onrechte of onvoldoende gemotiveerd de belanghebbende heeft aangemerkt als inwoner van Portugal. Het Hof is volgens hem ten onrechte eraan voorbij gegaan dat Portugal, naar tussen partijen niet in geschil was, de ‘zeteltheorie’ toepaste en dat de belanghebbende in Portugal niet als rechtspersoon wordt erkend omdat zij haar rechtsvorm niet heeft aangepast naar Portugees recht. Als de belanghebbende niet wordt erkend, kan zij ook niet als binnenlands belastingplichtige in de belastingheffing betrokken worden. De Staatssecretaris verwijst naar het HvJEU-arrest in de zaak Überseering. Het Hof heeft zijns inziens ten onrechte belang gehecht aan een door de belanghebbende overgelegde Tax Guide en de door het Hof geraadpleegde Country Survey van het IBFD die stellen dat een onderneming in Portugal als inwoner in de heffing wordt betrokken als dier place of effective management zich daar bevindt, nu uit de feiten volgt dat helemaal geen onderneming wordt gedreven in Portugal. A-G Wattel constateert dat de rechter op grond van art. 8:69 Awb zo nodig ambtshalve het recht moet toepassen en dat zij de inhoud en concrete betekenis van het recht bepaalt, ongeacht mogelijke eensluidende andere opvatting van de partijen. Dat geldt ook voor relevant buitenlands recht. Irrelevant is dus of de partijen, zoals de Staatssecretaris stelt, het al dan niet eens waren of Portugal een siège réèl-stelsel toepast voor het internationaal-privaatrechtelijk (voort)bestaan en de erkenning van rechtspersoonlijkheid. De vraag of Portugal het siège réèl-stelsel toepast, is door het Hof niet beantwoord. Dat kan tot cassatie leiden als die stelling essentieel is voor het antwoord op de vraag of de belanghebbende naar Portugees belastingrecht als onbeperkt belastingplichtig wordt beschouwd. ’s Hofs uitspraak impliceert echter dat hij die internationaal-privaatrechtelijke-stelling niet relevant achtte voor die vraag. Het Hof heeft doorgeschakeld naar het Portugese belastingrecht omdat dat recht volgens alle beschikbare bronnen inhoudt dat Portugal de plaats van de feitelijke leiding beslissend acht voor het fiscale inwonerschap van rechtspersonen. Gegeven de door hem geciteerde Portugese wettekst, acht de A-G dat oordeel rechtskundig juist. Zou ’s Hofs uitleg van het Portugese belastingrecht onjuist zijn, dan kan dat overigens niet tot cassatie leiden, gezien art. 79 Wet RO, nu (i) de door het Hof aan het Portugese belastingrecht gegeven uitleg zijn beslissing kan verklaren, (ii) het Hof bij de vaststelling en uitleg van het Portugese belastingrecht niet onverklaard is voorbijgaan aan de standpunten van en de documentatie ingebracht door de partijen en (iii) ’s Hofs uitleg van Portugees belastingrecht aannemelijker is dan die van de Staatssecretaris. Maar ook internationaal-privaatrechtelijk acht de A-G het standpunt van de Staatssecretaris onjuist. Uit het HvJ-arrest Überseering waarop hij zich beroept, blijkt dat Portugal, ook als het civiel(proces)rechtelijk een siège réèl-stelsel zou toepassen, desondanks op grond van de EU-vestigingsvrijheid verplicht is om belanghebbendes Nederlandse rechtspersoonlijkheid en daarmee haar civielrechtelijke en procesrechtelijke bestaan te erkennen. Überseering steunt dus niet het standpunt van de Staatssecretaris, maar dat van de belanghebbende. Conclusie: cassatieberoep ongegrond verklaren, al dan niet met toepassing van art. 81 RO.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.