Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2022:1127

Parket bij de Hoge Raad · 29-11-2022 · zaaknummer 21/04088

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 29-11-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of, gelet op de vijf jarige heffingssystematiek van de Arubaanse grondbelasting, na een tussentijdse tariefsverhoging van de Arubaanse grondbelasting binnen dat tijdvak, kan worden nagevorderd van belanghebbende met ingang van het jaar van tariefverhoging. Het gaat om het beroep in cassatie van de Minister tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 juli 2021, nrs. AUA2020H00035 t/m AUA2020H00037, ECLI:NL:OGHACMB:2021:223. Heden neem ik ook een afzonderlijke conclusie in de zaak 22/00456 waarin door het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba prejudiciële vragen zijn gesteld aan de Hoge Raad over een vergelijkbare problematiek. Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak, zijnde een groot hotelresort in Aruba. Bij de heffing van Arubaanse grondbelasting aangaande het hotelresort van belanghebbende geldt het vijfjarige tijdvak 2017-2021. Uitgangspunt van de heffingssystematiek van de Landsverordening grondbelasting van Aruba is dat de waarde van de grond wordt vastgesteld voor de komende vijf jaar, per jaar wordt dienovereenkomstig een aanslag opgelegd. Het systeem behelst dat bij het begin van het vijfjarige tijdvak al vijf aanslagen worden vastgesteld en opgeborgen in de legger. Per jaar volgt dan uitreiking en daarmee oplegging. In dit systeem is de jaarlijkse aanslag elk jaar gelijk gedurende vijf jaren. Uitgaande van het tarief en de vrijstelling zoals die waren ten tijde van de vaststelling van de aanslagen op te leggen over de jaren 2017-2021, was het belastingbedrag te betalen per jaar (door de Inspecteur gehanteerde grondwaarde Afl. 400.262.816 -/- Afl. 60.000) * 0,4% = Afl. 1.600.811. Per 1 januari 2019 is de grondbelasting gewijzigd, in die zin dat het tarief naar 0,6% is verhoogd voor belastingplichtigen niet zijnde natuurlijke personen, zoals belanghebbende, en is de belastingvrije waarde komen te vervallen. Op grond daarvan heeft de Inspecteur aan belanghebbende met dagtekening 31 mei 2019 een aanslag over 2019 opgelegd naar de nieuwe tariefstelling. Dit heeft geresulteerd in een te betalen bedrag van Afl. 2.401.576 (Afl. 400.262.816 * 0,6%). Naderhand heeft het Gemeenschappelijk Hof de waarde van de grond vastgesteld op Afl. 250.000.000. Deze waarde staat thans als onbestreden vast. Het Gemeenschappelijk Hof heeft geoordeeld dat de voornoemde nadere aanslag over 2019 beschouwd moet worden als een tweede belastingaanslag over dat jaar. Het Gemeenschappelijk Hof heeft beoordeeld of de tweede belastingaanslag door conversie te zien is als een terecht opgelegde navorderingsaanslag en is tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval is. Daarom is de tweede (primitieve) aanslag/geconverteerde navorderingsaanslag grondbelasting 2019 vernietigd. Daartegen komt de Minister thans op in cassatie. De A-G merkt op dat uit de vaststelling van de aanslag grondbelasting 2017, gedagtekend 31 mei 2017, volgt dat ook voor de rest van het tijdvak 2017-2021 aanslagen grondbelasting zijn vastgesteld. In 2017 is dus ook een aanslag grondbelasting voor het jaar 2019 vastgesteld. En dat kan alleen zijn gedaan naar het toen bekende tarief van 0,4%, en rekening houdend met de belastingvrije waarde van Afl. 60.000. De aanslag grondbelasting 2019 met dagtekening 31 mei 2019 welke is opgelegd naar een tarief van 0,6% is volgens de A-G aan te merken als een tweede belastingaanslag over het belastingjaar 2019. Na te gaan is of die kan worden geconverteerd in een terecht opgelegde navorderingsaanslag. Volgens het Gemeenschappelijk Hof is navordering niet mogelijk, aangezien de belaste waarde van de onroerende zaak nader is vastgesteld op Afl. 250.000.000. Als wordt uitgegaan van het nieuwe tarief van 0,6%, dan bedraagt de verschuldigde belasting Afl. 1.500.000. Dat is dus lager dan het te betalen bedrag van Afl. 1.600.811 als vermeld op de vijf in 2017 vastgestelde en in de legger opgenomen aanslagen voor het tijdvak van 2017-2021. Aldus meent de A-G dat er geen bedrag is dat door middel van een in een navorderingsaanslag geconverteerde tweede aanslag zou kunnen worden nagevorderd. Het komt de A-G voor dat al vanwege dat feitelijke gegeven de tweede aanslag moet worden vernietigd. Overigens meent de A-G dat aan navordering ook in de weg staat dat de invoering van een wet met terugwerkende kracht geen nieuw feit is in de zin van artikel 16 van de AWR. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Minister ongegrond dient te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.