ECLI:NL:PHR:2021:969
Parket bij de Hoge Raad · 31-08-2021 · zaaknummer 19/05291
Inhoudsindicatie
Identiteitsbewijs ex art. 231 Sr. Art. 1 Wet op de Identificatieplicht. Art. 2 Paspoortwet. Is de valse Iraakse identiteitskaart een identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr? Blijkens de MvT bij de wijziging van art. 231 Sr waarbij “Nederlandse identiteitskaart” is vervangen door “identiteitsbewijs” moet het gaan om erkende identiteitsbewijzen en vallen niet erkende identiteitsbewijzen onder de werkingssfeer van art 225 of 326 Sr. Het oordeel van het hof dat het identiteitsbewijs i.c. een identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr is, is niet begrijpelijk. Opmerking verdient dat het in HR:2020:451 ging om een (valse) identiteitskaart met de functie om de houder ervan het reizen en het verblijf in andere landen te vergemakkelijken en deze daarom als “reisdocument” gold. I.c. is niet gebleken dat het bewijs in kwestie die functie had. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
