ECLI:NL:PHR:2021:428
Parket bij de Hoge Raad · 20-04-2021 · zaaknummer 20/01799
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Herzieningzaak. Aangevoerd wordt dat nieuw verkregen stukken tot geen andere conclusie kunnen leiden dan dat het de aanvrager is geweest, en niet het accountantskantoor, die de suppletieaangiften heeft verzonden aan de Belastingdienst. Volgens de aanvrager betekent dit dat hem een beroep toekomt op de vervolgingsuitsluitingsgrond als bedoeld in art. 69 lid 3 AWR, en dat gelet op de nieuwe gegevens het ernstige vermoeden ontstaat dat indien één en ander bekend zou zijn geweest bij het hof dit zou hebben geleid tot (partiële) niet-ontvankelijkheid OM ten aanzien van feit 1 en mogelijk tot een (integrale) vrijspraak van de aanvrager. Naar het oordeel van de AG levert echter geen van die nieuw ingebrachte gegevens een novum op in de zin van art. 457 lid 1 aanhef en onder c Sv. De conclusie strekt dan ook tot ongegrondverklaring van de aanvraag.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
