ECLI:NL:PHR:2021:212
Parket bij de Hoge Raad · 09-03-2021 · zaaknummer 21/00286
Inhoudsindicatie
Vordering tot cassatie in het belang der wet over maximering TBS met dwangverpleging. Het voorgestelde middel betreft de vraag of in het geval het bewezenverklaarde feit gelet op zijn aard en ernst door de feitenrechter is aangemerkt als geweldsmisdrijf (als bedoeld in art. 38e lid 1 Sr), de opleggingsrechter niettemin o.g.v. andere beoordelingsfactoren de totale duur van de TBS met dwangverpleging kan maximeren op vier jaar. De AG komt tot de slotsom dat een dergelijke opvatting geen steun vindt in het recht en ook overigens niet als juist kan worden aanvaard. Voorts is de AG van mening dat in een geval als het onderhavige de feitenrechter een verdere verlenging na vier jaar niet kan voorkomen door “niet de redenen op te geven waarop gedoeld wordt in art. 359 lid 7 van het Wetboek". Naar het oordeel van de AG is de verlengingsrechter aan zo een door de opleggingsrechter geformuleerde beperking niet gebonden indien door de opleggingsrechter is vastgesteld (en ook evident is) dat het bewezenverklaarde feit een geweldsmisdrijf is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
