ECLI:NL:PHR:2021:205
Parket bij de Hoge Raad · 12-01-2021 · zaaknummer 19/05403
Inhoudsindicatie
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Ontvankelijkheid hoger beroep. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. op de grond dat geen sprake is van rechtsgeldige machtiging van raadsvrouw van verdachte. Is h.b. ingesteld d.m.v. schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.3 Sv? Hof heeft aan oordeel dat verdachte n-o is in h.b. de overweging ten grondslag gelegd dat h.b. is ingesteld door medewerker van griffie van Rb krachtens schriftelijke machtiging van raadsvrouw van verdachte en dat deze machtiging niet voldoet aan de in art. 450.3 Sv gestelde eisen. Uit akte h.b. blijkt echter dat raadsvrouw overeenkomstig art. 450.1.a Sv ter griffie van Rb is verschenen voor instellen van h.b. Van schriftelijke volmacht a.b.i. art. 450.3 Sv was dus geen sprake. ‘s Hofs oordeel is daarom niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
