ECLI:NL:PHR:2021:200
Parket bij de Hoge Raad · 02-03-2021 · zaaknummer 19/04626
Inhoudsindicatie
Concl. AG. Strafmotivering. Hof heeft bij strafoplegging overwogen dat de uit het UJD blijkende nieuwe verdenkingen wegens soortgelijke delicten op zichzelf niet in strafverzwarende zin meewerken, maar wel de omstandigheid "dat verdachte het bij herhaling voor elkaar krijgt op deze manier bij justitie in beeld te geraken". AG: Daarmee heeft het hof nieuwe verdenkingen indirect in strafverzwarende zin bij de strafoplegging betrokken. Dat stond het hof niet vrij, nu de genoemde omstandigheid onvoldoende grond biedt om aan te nemen dat verdachte zich aan de misdrijven waarvoor hij in beeld is gekomen, heeft schuldig gemaakt. Strekt tot vernietiging.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
