ECLI:NL:PHR:2021:197
Parket bij de Hoge Raad · 12-01-2021 · zaaknummer 19/02156
Inhoudsindicatie
Bedreiging (art. 285.1 Sr) en belaging (art. 285b.1 Sr). Is TBS opgelegd t.z.v. misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor onaantastbaarheid van lichaam van één of meer personen a.b.i. art. 38e.1 Sr en art. 359.7 Sv (geweldsmisdrijf)? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:443 inhoudende dat rechter bij oplegging TBS moet motiveren of deze is opgelegd t.z.v. een geweldsmisdrijf. Dat is vooral van belang indien het misdrijf ter zake waarvan de TBS is opgelegd niet z.m. kan worden gekarakteriseerd als zo’n geweldsmisdrijf, bijvoorbeeld in geval van bedreiging of belaging. In dergelijke gevallen zal de rechter zich een oordeel dienen te vormen of, gelet op alle f&o, het bewezenverklaarde feit een dergelijk ‘geweldsmisdrijf’ oplevert. Daarbij zal hij niet alleen kunnen betrekken of het misdrijf (i.c. de bedreiging en belaging) werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag t.o.v. de bedreigde dan wel op enigerlei (andere) wijze werd ondersteund, maar ook of aannemelijk is dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. (vgl. ECLI:NL:HR:2020:1316 m.b.t. PIJ-maatregel a.b.i. art. 77s Sr). I.c. getuigt oordeel hof dat TBS wordt opgelegd t.z.v. een geweldsmisdrijf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
