ECLI:NL:PHR:2021:1017
Parket bij de Hoge Raad · 21-09-2021 · zaaknummer 20/03435
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Knijpen in billen van aangeefster door toiletmedewerker. Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in overige bewijsvoering? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het de verklaring van aangeefster geloofwaardig acht. Het hof is echter niet ingegaan op de vraag of aan het bewijsminimum van art. 342.2 Sv is voldaan. Gelet daarop en mede in aanmerking genomen wat de raadsman t.tz. in hoger beroep – in lijn met de door het hof voor het bewijs gebruikte verklaring van verdachte – heeft aangevoerd m.b.t. de mogelijke oorzaak van de door aangeefster getoonde emoties, is het kennelijke oordeel van het hof dat met de bewijsvoering aan het bewijsminimum van art. 342.2 Sv is voldaan, niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
