ECLI:NL:PHR:2020:991
Parket bij de Hoge Raad · 27-10-2020 · zaaknummer 19/02684
Inhoudsindicatie
Conclusie AG over toewijzing vordering b.p. wegens immateriële schade in de zin van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, art. 6:106.b BW. Verdachte heeft geschoten op de woning van de familie van de b.p, de destijds zevenjarige dochter. Hof heeft vastgesteld dat de b.p. zelf niet in de woning was, maar het desalniettemin een zeer traumatische ervaring moet zijn geweest nu haar familie daar wel aanwezig was en geoordeeld dat daarom sprake is van immateriële schade. De AG stelt zich op het standpunt dat dit oordeel, dat in het midden laat of de b.p. directe ooggetuige is geweest van het schietincident, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel niet zonder meer begrijpelijk is. De conclusie strekt tot partiële vernietiging en ambtshalve omzetting van de bij de overige schadevergoedingsmaatregelen opgelegde vervangende hechtenis naar gijzeling (ECLI:NL:HR:2020:914).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
