Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2020:967

Parket bij de Hoge Raad · 23-06-2020 · zaaknummer 19/00790

StrafrechtGepubliceerd 21-10-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vernieling voordeur ex-vriendin (art. 350 Sr), bedreiging (art. 285 Sr) en mishandeling (art. 300 Sr) ex-vriendin en diens vader, smaadschrift door o.a. op een openbare Facebookpagina een filmpje met daarop seksuele afbeeldingen van ex-vriendin te plaatsen (art. 261 Sr, meermalen gepleegd) en beïnvloeding van de vrijheid van een persoon om onbelemmerd een verklaring ten overstaan van de r-c af te leggen (art. 285a Sr). Middelen over 1. klachtvereiste, art. 66.1, art. 164.1 en art. 269.1 Sr. Is voldaan aan klachttermijn?, 2. ontoereikend verwerpen van een tot vrijspraak strekkend verweer en 3. het ten onrechte niet toepassen van art. 63 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2242 m.b.t. klachttermijn. Oordeel hof dat in de omstandigheden van dit geval –erop neerkomend dat de politie op 9 september 2015 met aangeefster een informatief voorgesprek heeft gevoerd over het doen van aangifte en de daaraan verbonden gevolgen, dat de aangeefster op 19 november 2015 aan de politie heeft laten weten de aangifte te willen doorzetten en dat het opnemen van die aangifte met het vastleggen van het tot vervolging strekkende verzoek van de aangeefster, op initiatief van de politie eerst op 15 december 2015 heeft plaatsgevonden – 19 november 2015 geldt als de datum waarop van de wens van de klachtgerechtigde tot vervolging is gebleken en dat daarom de ovj ontvankelijk is in de vervolging van smaadschrift door het o.a. plaatsen van een filmpje op facebook v.zv. die tlgd. gedragingen hebben plaatsgevonden drie maanden voorafgaand aan 19 november 2015, en aldus vanaf 22 augustus 2015, getuigt niet een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Opvatting dat uit de bewijsmiddelen dient te blijken dat een klacht a.b.i. art. 269 Sr is ingediend, is onjuist. Voldoende is dat ttz. van het bestaan van de klacht is gebleken. (Vgl. HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7555.). Ad. 2 en 3. HR: art. 81.1. RO. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat t.b.v. in arrest genoemde slachtoffer in arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast cfm. ECLI:NL:HR:2020:914.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.