ECLI:NL:PHR:2020:954
Parket bij de Hoge Raad · 15-10-2020 · zaaknummer 20/00766
Inhoudsindicatie
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of belanghebbende de door haar in aftrek gebrachte kosten aannemelijk heeft gemaakt. Is belanghebbende in haar bewijspositie geschaad doordat het Hof uitspraak heeft gedaan zonder te wachten op terugkoppeling of bepaalde stukken zich nog bij de Belastingdienst bevinden? Belanghebbende is in 2013 en 2014 werkzaam bij Stichting [E]. In 2014 ontvangt zij tevens uitkeringen van het UWV. Daarnaast schrijft belanghebbende scenario’s voor film en toneel. Van 2010 tot en met 2016 zijn de resultaten uit deze werkzaamheden negatief. Deze resultaten heeft belanghebbende in haar aangiften IB/PVV als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ aangegeven. In geschil is of voor de bepaling van het belastbare inkomen van belanghebbende in box I verliesgevende resultaten uit bepaalde activiteiten van belanghebbende in 2013 respectievelijk 2014 als verlies uit overige werkzaamheid in aanmerking moeten worden genomen. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de vraag of belanghebbende positieve inkomsten uit die activiteiten kon voorzien. Daarbij is het Hof terecht ervan uitgegaan dat belanghebbende de bewijslast draagt. Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij de bevestigende beantwoording van die vraag aannemelijk heeft gemaakt door middel van administratie en becijferingen die zijn neergelegd in door haar aan de Inspecteur overhandigde dossiers waarvan zij geen afschrift heeft behouden. De A-G merkt op dat het in beginsel de rechter vrij staat het bewijs te waarderen. Uit hetgeen in het P-V en de uitspraak staat, komt naar voren dat het Hof klaarblijkelijk de stukken relevant acht voor deze zaak. De voorzitter van het Hof heeft tijdens de zitting aan de Inspecteur de opdracht meegegeven om te kijken of er nog originele stukken zijn. Volgens de A-G kan het Hof dan niet zomaar voorbijgaan aan de stelling van belanghebbende dat zij die stukken al aan de Inspecteur heeft gegeven. In de uitspraak van het Hof komt niet naar voren in hoeverre de Inspecteur heeft onderzocht of er nog originele stukken aanwezig waren bij de Belastingdienst en of hij hierover terugkoppeling heeft gegeven aan belanghebbende en het Hof. Ook in het verweerschrift in cassatie is hier geen duidelijkheid over gekomen. Een en ander laat geen andere conclusie toe dan dat het Hof het mogelijk acht dat belanghebbende inderdaad de betreffende stukken heeft overgelegd aan de Inspecteur en kennisneming van die stukken van belang acht om de stelling van belanghebbende aangaande de winstverwachting te beoordelen. Derhalve is de procespositie van belanghebbende geschaad doordat het Hof uitspraak heeft gedaan zonder dat de Inspecteur het onderzoek heeft verricht, en is het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet in het bewijs van haar stelling is geslaagd, niet naar behoren gemotiveerd. De conclusie strekt derhalve tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
