ECLI:NL:PHR:2020:953
Parket bij de Hoge Raad · 15-10-2020 · zaaknummer 20/00765
Inhoudsindicatie
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of belanghebbende de door haar in aftrek gebrachte voorbelasting aannemelijk heeft gemaakt. Is belanghebbende in haar bewijspositie geschaad doordat het Hof uitspraak heeft gedaan zonder te wachten op terugkoppeling of bepaalde stukken zich nog bij de Belastingdienst bevinden? Belanghebbende schrijft scenario’s voor film en toneel. Belanghebbende was in de onderhavige periode ondernemer voor de OB en verrichtte met OB belaste prestaties. Over de onderhavige periode heeft belanghebbende aangiften OB ingediend. In deze aangiften heeft zij per saldo steeds een bedrag aan OB teruggevraagd en terugontvangen. In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de vraag of de goederen en de diensten – waarvan belanghebbende de daarover in rekening gebrachte OB als voorbelasting in aftrek heeft gebracht - door de ondernemer werden gebruikt voor belaste handelingen. Daarbij is het Hof terecht ervan uitgegaan dat belanghebbende de bewijslast draagt. Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij de bevestigende beantwoording van die vraag aannemelijk heeft gemaakt door middel van administratie en becijferingen die zijn neergelegd in door haar aan de Inspecteur overhandigde dossiers waarvan zij geen afschrift heeft behouden. De A-G merkt op dat het in beginsel de rechter vrij staat het bewijs te waarderen. Uit hetgeen in het P-V en de uitspraak staat, komt naar voren dat het Hof klaarblijkelijk de stukken relevant acht voor deze zaak. De voorzitter van het Hof heeft tijdens de zitting aan de Inspecteur de opdracht meegegeven om te kijken of er nog originele stukken zijn. Volgens de A-G kan het Hof dan niet zomaar voorbijgaan aan de stelling van belanghebbende dat zij die stukken al aan de Inspecteur heeft gegeven. In de uitspraak van het Hof komt niet naar voren in hoeverre de Inspecteur heeft onderzocht of er nog originele stukken aanwezig waren bij de Belastingdienst en of hij hierover terugkoppeling heeft gegeven aan belanghebbende en het Hof. Ook in het verweerschrift in cassatie is hier geen duidelijkheid over gekomen. Een en ander laat geen andere conclusie toe dan dat het Hof het mogelijk acht dat belanghebbende inderdaad de betreffende stukken heeft overgelegd aan de Inspecteur en kennisneming van die stukken van belang acht om de stelling van belanghebbende aangaande het zakelijke karakter van de uitgaven te beoordelen. Derhalve is de procespositie van belanghebbende geschaad doordat het Hof uitspraak heeft gedaan zonder dat de Inspecteur het onderzoek heeft verricht, en is het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet in het bewijs van haar stelling is geslaagd, niet naar behoren gemotiveerd. De conclusie strekt derhalve tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
