ECLI:NL:PHR:2020:927
Parket bij de Hoge Raad · 13-10-2020 · zaaknummer 19/05471
Inhoudsindicatie
Vordering tot cassatie in het belang der wet inzake het biometrisch ontgrendelen van een smartphone van de verdachte tegen zijn wil. In de vordering komen het huidige juridisch kader, voorstellen tot toekomstige regelgeving en de verenigbaarheid van de niet vrijwillige biometrische ontgrendeling met het ‘nemo tenetur’-beginsel, zoals uitgelegd in de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad, aan de orde. Middelen over (1) de wettelijke grondslag voor de niet vrijwillige biometrische ontgrendeling en (2) de verenigbaarheid ervan met het ‘nemo tenetur’-beginsel. De AG komt tot de slotsom dat het oordeel van de rechtbank Noord-Holland dat het samenstel van de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de inbeslagneming van voorwerpen een toereikende wettelijke grondslag biedt voor de ontgrendeling en dat die ontgrendeling niet in strijd is met het ‘nemo tenetur’- beginsel niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
