Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2020:878

Parket bij de Hoge Raad · 30-09-2020 · zaaknummer 19/03745

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 30-09-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In deze douanezaak gaat het om de indeling van een deurmat in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Het in te delen product bestaat voor 98% uit rubber en op de bovenzijde zijn polyestervezels gelijmd. De partijen verschillen van mening over de toepasselijke postonderverdeling. Belanghebbende meent dat postonderverdeling 4016 91 00 (matten van niet-geharde gevulkaniseerde rubber) van toepassing is, de Inspecteur postonderverdeling 5705 00 30 van de GN (andere tapijten van synthetische of kunstmatige textielstoffen). Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een bindende tariefinlichting (bti) voor de deurmat en verzoekt deze in te delen onder GN-code 4016 91 00 met een bijbehorend tarief van 2,5%. De Inspecteur heeft op 7 december 2015 een bti afgegeven, waarin de deurmat is ingedeeld in postonderverdeling 5705 00 30 van de GN met een bijbehorend tarief van 8%. De rechtbank Noord-Holland heeft het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar en de bti vernietigd. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de deurmat niet onder GN-code 5705 00 30 valt, omdat de bovenzijde van de deurmat niet uit textielstof maar uit losse textielvezels bestaat, zodat niet is voldaan aan aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN. De deurmat ontleent naar het oordeel van de Rechtbank zijn wezenlijke karakter aan het rubber, zodat hij met toepassing van algemene indelingsregel 3b in postonderverdeling 4016 91 00 van de GN moet worden ingedeeld. De Rechtbank neemt in aanmerking dat de deurmat nagenoeg geheel uit rubber bestaat en de textielvezels zijn aangebracht ter versiering. Het gerechtshof Amsterdam heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Het Hof heeft geoordeeld dat de deurmat met toepassing van algemene indelingsregel 1 ingedeeld dient te worden onder postonderverdeling 5705 00 30 van de GN. Anders dan de Rechtbank is het Hof van oordeel dat voldaan is aan aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN, omdat gelet op de Engelse en Franse taalversie niet wordt gesproken over “textielstof” maar over “textielmateriaal”. Polyestervezels kwalificeren als textielmateriaal. Aan de toepassing van de algemene indelingsregels 2 en 3 wordt naar het oordeel van het Hof niet toegekomen, aangezien het product met algemene indelingsregel 1 kan worden ingedeeld. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Zij heeft één middel voorgesteld. Het middel betoogt dat het Hof het recht heeft geschonden door te oordelen dat de deurmatten dienen te worden ingedeeld in post 5705 van de GN op gronden die dit oordeel niet kunnen dragen omdat ’s Hofs oordeel blijk geeft van een onjuiste interpretatie van de GN, of wel niet begrijpelijk is. Volgens de toelichting op het middel kan de indeling in de GN niet plaatsvinden op basis van algemene indelingsregel 1, omdat aantekening 1 op hoofdstuk 57 niet van toepassing is. Daartoe stelt belanghebbende dat hoofdstuk 57 ziet op “andere tapijten, ook indien geconfectioneerd” en dat de onderhavige deurmatten niet zijn aan te merken als textielstoffen, textielwaren of tapijten. Daarnaast zijn de deurmatten niet aan te merken als vloerbedekking, omdat ze volgens algemeen taalgebruik geen vloerbedekking worden genoemd. In onderdeel 2 van deze conclusie geeft A-G Ettema de wettelijke bepalingen en toelichtingen weer die voor deze zaak van belang zijn. Vervolgens gaat de A-G in onderdeel 3 na of de deurmat met behulp van algemene indelingsregel 1 van de GN kan worden ingedeeld in de door de partijen voorgestane posten. De A-G meent dat dit niet mogelijk is. In onderdeel 4 beoordeelt de A-G of de deurmat met algemene indelingsregels 2 en 3 kan worden ingedeeld. De A-G is van mening dat de deurmat met toepassing van algemene indelingsregel 3b in postonderverdeling 4016 91 00 van de GN moet worden ingedeeld. Tot slot gaat de A-G in onderdeel 5 na of een indelingsverordening van de Commissie tot een andere indeling dwingt. De A-G meent dat dit niet het geval is. De A-G concludeert dat het middel terecht is voorgesteld en geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie gegrond te verklaren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.