ECLI:NL:PHR:2020:72
Parket bij de Hoge Raad · 18-02-2020 · zaaknummer 18/04774
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. 344a lid 3 Sv. De vraag is of de melding van de openlijke geweldpleging bij de politie, waarbij een signalement van de daders is gegeven, moet worden aangemerkt als een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. De A-G stelt dat de identiteit van een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, in beginsel uit het vonnis of arrest moet blijken. Aan die eis is in dit geval niet voldaan, terwijl niet gezegd kan worden dat het voor het bewijs gebruikte signalement in het geheel van de bewijsvoering van ondergeschikt belang is. De A-G stelt zich dan ook op het standpunt dat de Hoge Raad het arrest van het hof moet vernietigen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
