ECLI:NL:PHR:2020:640
Parket bij de Hoge Raad · 23-06-2020 · zaaknummer 18/03916
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Betekeningsperikelen en verjaring. 1. Had ex art. 588a.1 ahf. en onder b (oud) Sv een afschrift naar door verdachte laatst opgegeven adres verzonden moeten worden? 2. Is het recht tot strafvordering van het OM t.a.v. de als zaak B (overtreding van een voorschrift ex art.2 van de Wet arbeid vreemdelingen) en t.a.v. feit 1 in zaak A (medeplegen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3.B Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd) door verjaring komen te vervallen? Ad 1. I.c. is geen sprake van een adresopgave a.b.i. art. 588a (oud) Sv waaruit een verzendplicht kan worden opgemaakt, terwijl geldige (griffie)betekening heeft plaatsgevonden. Ad. 2. De in art. 72 lid 2 Sr bedoelde termijnen zijn voor beide feiten verstreken. De conclusie strekt tot vernietiging v.zv. het die feiten betreft en tot n-o verklaring door de HR van de OvJ in de vervolging van die feiten. Samenhang met 18/03917.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
