ECLI:NL:PHR:2020:584
Parket bij de Hoge Raad · 09-06-2020 · zaaknummer 19/05002
Inhoudsindicatie
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of de Inspecteur er uitdrukkelijk en ondubbelzinnig blijk van heeft gegeven gebruik te willen maken van zijn bevoegdheid tot interne compensatie. De belanghebbende was werkzaam bij [A] B.V. ([A]) en aansluitend bij [B] B.V. als algemeen directeur. Hij hield middellijk 900 aandelen B in [A]. Op 22 april 2014 zijn de aandelen verkocht voor € 225.000. Enige tijd later is de arbeidsovereenkomst met belanghebbende opgezegd en was belanghebbendes werkgever een beëindigingsvergoeding van € 105.000 (bruto) verschuldigd. Aan belanghebbendes werkgever is voorts een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd ten bedrage van € 117.000. Dit bedrag is door belanghebbendes werkgever op belanghebbende verhaald door verrekening met de ontslagvergoeding. Belanghebbende wenste verrekening van het bedrag van € 117.000 met zijn aanslag IB/PVV 2014 en verzocht de Inspecteur zijn aanslag ambtshalve te verminderen. De Inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. Rechtbank en Hof waren van oordeel dat het bedrag van € 117.000 verrekenbaar was met de aanslag IB/PVV 2014, ondanks de omstandigheid dat het loon waarop de loonheffing zag, niet in de heffing was betrokken. Voorts overwoog het Hof dat de Inspecteur niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig er blijk van had gegeven gebruik te willen maken van zijn bevoegdheid tot interne compensatie. De Staatssecretaris stelde daarop beroep in cassatie in, nu de Inspecteur naar zijn mening daar wel blijk van had gegeven. A-G Niessen gaat eerst in op de vraag op welke wijze het in HR BNB 2006/337 geïntroduceerde criterium dat de Inspecteur er uitdrukkelijk en ondubbelzinnig blijk van moet geven gebruik te willen maken van zijn bevoegdheid tot interne compensatie, moet worden verstaan. Naar het de A-G voorkomt, is daarvan sprake als de bewoordingen van de inspecteur niet anders kunnen worden begrepen dan dat zij een beroep op interne compensatie inhouden. In het onderhavige geval vindt de A-G het oordeel van het Hof dat de Inspecteur niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ervan blijk heeft gegeven gebruik te willen maken van de bevoegdheid tot interne compensatie, in het licht van de gedingstukken onbegrijpelijk. In de gehele procesgang heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat verrekening van de loonheffing meebrengt dat het loonbestanddeel nog in de aangifte moet worden opgenomen, en dat daardoor de aanslag feitelijk niet zal worden verminderd, hetgeen blijkens het debat tussen partijen ook aan belanghebbende duidelijk was. Het middel slaagt. Voor welk bedrag het loonbestanddeel in de aanslag IB/PVV moet worden opgenomen, vergt waarderingen van feitelijke aard die zijn voorbehouden aan de feitenrechtspraak. Derhalve is verwijzing nodig. (Volgt conclusie tot vernietiging en verwijzing).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
