ECLI:NL:PHR:2020:373
Parket bij de Hoge Raad · 03-03-2020 · zaaknummer 18/05143
Inhoudsindicatie
Poging tot zware mishandeling, door huisgenoot met een keukenmes in de onderarm te steken, art. 302 Sr. Verwerping beroep op noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. motiveringsplicht rechter en proportionaliteitseis. Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte eerst door de aangever is geslagen en dat verdachte vervolgens aangever met een keukenmes in diens arm heeft gestoken. Hof heeft geoordeeld dat weliswaar op het moment van het slaan door aangever sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangever waartegen verdachte zich mocht verdedigen, maar dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt omdat niet voldaan is aan de proportionaliteitseis. Daartoe heeft het hof overwogen dat het steken met een keukenmes door verdachte “in geen enkele verhouding” tot “de ernst van de aanranding” stond. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk i.h.l.v. wat hiervoor is vooropgesteld en wat ttz. in h.b. door de verdediging is aangevoerd over de ernst van de door de aangever begane aanranding en de situatie waarin verdachte op dat moment verkeerde, waarvan het hof de juistheid deels in het midden heeft gelaten. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
