Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2020:313

Parket bij de Hoge Raad · 01-04-2020 · zaaknummer 19/01595

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 01-04-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vallen de diensten van een family entertainment center met speelautomaten onder het verlaagde tarief van punt 7 van Bijlage III bij de Btw-richtlijn en post b.14(g) van Tabel I bij de Wet OB? Belanghebbende in de zaak exploiteert een zogenoemd family entertainment center. De ruimte van het entertainment center is publiekelijk toegankelijk. In de ruimte staan 70 apparaten, waarop 50 verschillende spellen kunnen worden gespeeld. De aard van de spellen loopt uiteen, waarbij gedacht kan worden aan sport- of dansspellen, behendigheidsspellen, kermisautomaten en reactiespellen. Bezoekers die op de apparaten willen spelen kopen daartoe een zogeheten ‘playcard’ waarop een tegoed kan worden gestort. Belanghebbende meent dat het verlaagde tarief op haar diensten van toepassing is. In (hoger) beroep is in geschil of het verlaagde tarief van post b.14(g) (primair) dan wel voor kermissen (subsidiair) van toepassing is of op voor een deel van de activiteiten het verlaagde tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening geldt (meer subsidiair). Het Hof heeft geoordeeld dat de dienst van belanghebbende moet worden aangemerkt als het verlenen van toegang tot een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening in de zin van post b.14(g) van Tabel I bij de Wet OB. Het Hof acht redengevend dat op het tijdstip dat belanghebbende de vergoeding voor de dienstverlening van haar klanten ontvangt, via het opladen van de playcard, de klant de mogelijkheid krijgt gezamenlijk gebruik te maken van de vermakelijkheidsactiviteiten die de voorziening van belanghebbende kenmerken: het spelen van 50 verschillende spellen. De apparaten van belanghebbende vormen een integrerend onderdeel van de primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening van belanghebbende. De Staatssecretaris heeft beroep in cassatie ingesteld. De A-G bespreekt eerst kort de Uniewetgeving en relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof van Justitie) met betrekking tot het verlaagde tarief van culturele prestaties. Daarna bespreekt zij achtereenvolgens de rechtspraak van het Hof van Justitie over de uitleg van begrippen in Bijlage III bij de Btw-richtlijn in het algemeen en van begrippen in punt 7 van Bijlage III bij de Btw-richtlijn in het bijzonder. Zij komt tot de slotsom dat voor de toepassing van het verlaagde tarief tegen voorafgaande betaling het recht moet worden verleend een locatie te betreden, alwaar gezamenlijk gebruik kan worden gemaakt van de voor de genoemde evenementen of voorzieningen kenmerkende culturele diensten en ontspanning. Vaststaat dat belanghebbendes ruimte met speelautomaten publiekelijk en zonder betaling toegankelijk is. De A-G stelt voorop dat het opladen van de playcard niet de (vooruit)betaling is voor een levering of een dienst, omdat de playcard voor verschillende doeleinden kan worden gebruikt. Bij het opladen van de playcard door de bezoeker zijn nog niet alle elementen bekend van de prestaties die hij daarmee zal genieten. Het verlenen van het recht gedurende een bepaalde tijd vrij op een apparaat te spelen kan naar haar mening niet worden aangemerkt als het toegang verlenen tot de in punt 7 van Bijlage III genoemde voorzieningen en evenementen, ook niet als met meer personen tegelijk op een apparaat kan worden gespeeld. Hieraan wordt niet afgedaan door het beginsel van fiscale neutraliteit. Op dezelfde gronden valt het subsidiaire geschilpunt uit in het nadeel van belanghebbende. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging om het beroep van de Staatssecretaris gegrond te verklaren en de zaak te verwijzen voor de behandeling van het meer subsidiaire geschilpunt.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.