Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2020:211

Parket bij de Hoge Raad · 05-03-2020 · zaaknummer 19/03319

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-03-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of de vermogensrendementsheffing in strijd is met het recht op eigendom (art. 1 EP EVRM). Klachten onder meer over onrendabel vermogen en geluidsproblemen tijdens de zitting. Aan belanghebbende is aanslag IB/PVV 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.638. Belanghebbende is hiertegen tevergeefs in bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen. Belanghebbende stelde daarna beroep in cassatie in onder aanvoering van de klacht dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met artikel 1 EP EVRM, zowel op stelselniveau als op individueel niveau. De A-G betoogt dat belanghebbendes klacht dat de vermogensrendementsheffing op stelselniveau in strijd is met artikel 1 EP EVRM faalt, gelet op de arresten van 14 juni 2019. De wetgever heeft het 4% forfait in de wet opgenomen op basis van empirische gegevens zodat belanghebbendes klacht dat dat rendement van meet af aan niet mogelijk was faalt. Volgens de A-G faalt ook belanghebbendes klacht dat hij geen rendement kan behalen op een halve woning zodat de waarde van de woning niet in de rendementsgrondslag kan worden betrokken. Ter zake van belanghebbendes klacht dat in zijn geval sprake is van een individuele en buitensporige last, gaat de A-G uit van dezelfde overwegingen als die welke zijn opgenomen in zijn conclusie van 27 februari 2020 in de zaak met nr. 19/03944. Naar het de A-G voorkomt, vormt het lijden van verlies op vermogen een individuele en buitensporige last ingeval wordt vastgesteld dat een belastingplichtige in het desbetreffende jaar niet erop kan rekenen gedurende een reeks van jaren met risicomijdende beleggingen het wettelijk forfaitaire rendement te halen. De tweede klacht slaagt. Na verwijzing moet worden vastgesteld of belanghebbende het door hem gestelde verlies heeft geleden. Verder klaagt belanghebbende erover dat hij de verhandeling ter zitting niet goed kon volgen door gehoorproblemen en een niet goed functionerende geluidsinstallatie. Als gevolg daarvan werd hij naar zijn mening geschaad in zijn verdediging. De A-G betoogt dat beide partijen ter zitting in de gelegenheid moeten zijn hun visie op de zaak rustig, ordelijk en volledig naar voren te brengen, en onbelemmerd kennis te nemen van hetgeen de andere partij en de rechter(s) naar voren brengen. De klacht kan echter niet tot cassatie leiden omdat uit het P-V blijkt dat aan het probleem van de geluidsinstallatie aandacht is geschonken en belanghebbende tijdens de zitting niet door de door hem genoemde omstandigheden is gedupeerd. Volgt conclusie tot vernietiging en verwijzing.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.