ECLI:NL:PHR:2020:1264
Parket bij de Hoge Raad · 15-12-2020 · zaaknummer 19/02501
Inhoudsindicatie
Medeplegen van verlengde uitvoer MDMA naar Groot-Brittannië (art. 2.A Opiumwet), hennepkwekerij in een woning (art. 3.B Opiumwet en art. 3.C Opiumwet), diefstal van stroom (art. 310 Sr) en witwassen van een geldbedrag (art. 420bis Sr). O.a.v. boksbeugel en een wapenstok, soortgelijke feiten a.b.i. art. 36d Sr? HR: HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1997:ZC9322 m.b.t. ‘soortgelijke feiten’ i.d.z.v. art. 36d Sr. Gelet op de samenhang van deze bepaling met art. 36b Sr moet voorts onder een ‘feit waarvan hij wordt verdacht’ worden verstaan een feit waarvan de rechter heeft vastgesteld dat het is begaan, al is verdachte van dat feit vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. Hof heeft de inbeslaggenomen boksbeugel en wapenstok onttrokken aan het verkeer “nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang” en heeft als toepasselijke voorschriften onder andere de art. 36b en 36d Sr vermeld en aldus kennelijk gegrond op art. 36d Sr. Oordeel is zonder nadere motivering niet begrijpelijk, omdat uit de overweging van het hof niet kan volgen dat deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als de door verdachte begane feiten (blijkens de bewezenverklaringen overtredingen van de Opiumwet, diefstal en witwassen) of als feiten waarvan hij wordt verdacht, waaromtrent het hof immers niets heeft vastgesteld. HR merkt nog het volgende op in zaken waarin (i) in e.a. aan verdachte de maatregel van o.a.v. is opgelegd i.v.m. één of meer feiten waarvan verdachte is vrijgesproken en (ii) verdachte wel is veroordeeld t.z.v. één of meer andere feiten. In dat geval brengt een redelijke toepassing van art. 404.1 Sv met zich dat een door verdachte ingesteld h.b., ook al kan verdachte in h.b. niet opkomen tegen het feit of de feiten waarvan hij is vrijgesproken, zich mede uitstrekt tot de in e.a. opgelegde maatregel van o.a.v. Als het hof in zo een geval vaststelt dat niettegenstaande de in e.a. gegeven vrijspraak een strafbaar feit is begaan, zal het hof de maatregel van o.a.v. kunnen opleggen of het vonnis in zoverre kunnen bevestigen. Als het hof een dergelijke vaststelling niet doet, zal het hof het vonnis in zoverre kunnen vernietigen. In dat laatste geval moet het hof o.g.v. art. 353.1 Sv een van de beslissingen a.b.i. art 353.2. Sv nemen, bijvoorbeeld door de teruggave te gelasten van het inbeslaggenomen voorwerp aan degene bij wie het in beslag is genomen. Daarnaast volgt uit ECLI:NL:HR:2010:BM9420 kort gezegd dat in gevallen waarin verdachte van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken maar de maatregel van o.a.v. is opgelegd, tegen het vonnis het rechtsmiddel van cassatie openstaat. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing. Samenhang met acht andere zaken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
