ECLI:NL:PHR:2020:1231
Parket bij de Hoge Raad · 17-11-2020 · zaaknummer 19/02645
Inhoudsindicatie
Verdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van het plegen van inbraken en o.m. veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die erop gericht was woninginbraken te plegen. Stelselmatige observatie, art. 126g Sv, of volstaat algemene taakomschrijving politie a.b.i. art. 3 Politiewet 2012 als grondslag? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BW9338 m.b.t. de vraag wanneer observaties waarvoor geen machtiging a.b.i art. 126g Sv is gegeven, onrechtmatig zijn. Oordeel hof dat met deze surveillance geen observatie heeft plaatsgevonden waarmee een min of meer volledig beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het privéleven van verdachte en dat daarom art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv een toereikende grondslag vormen voor die surveillance is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen hetgeen het hof heeft vastgesteld. Volgt verwerping. Samenhang met 19/02582, 19/02584, 19/02643 en 19/02673.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
