ECLI:NL:PHR:2020:1073
Parket bij de Hoge Raad · 17-11-2020 · zaaknummer 19/05914
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. 1. Art. 359 Sv. Motivering strafoplegging. 2. Art. 51f.4 Sv. Procesbevoegdheid van verdachte wiens vermogen onder bewind staat. 3. Art. 36f Sr. Art. 6.4.20 Sv. Schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis. Ad 1. Mocht het hof in het nadeel van de verdachte bij de strafoplegging in aanmerking nemen dat de verdachte nog niet is begonnen met het betalen van de schadevergoeding aan het slachtoffer, terwijl het vermogen van de verdachte onder bewind staat? Ad 2. Heeft het hof kunnen oordelen dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering, nu ter terechtzitting in hoger beroep is aangegeven dat het vermogen van de verdachte onder bewind is gesteld? CAG gaat in op wetsgeschiedenis van art. 51.4 Sv en maakt vergelijking met voorstel modernisering Sv. Ad 3. Toepassing vervangende hechtenis i.p.v. gijzeling bij oplegging schadevergoedingsmaatregel. Strekt tot vernietiging, maar slechts voor zover bij de oplegging schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
