Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2020:1050

Parket bij de Hoge Raad · 10-11-2020 · zaaknummer 20/03532

StrafrechtGepubliceerd 09-11-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vordering van de PG tot cassatie in het belang der wet. Betreft een met de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en veiligheid in verband staande afwijking van vormvereisten voor terechtzittingen. In een jeugdstrafzaak heeft het Hof Den Haag de zaak inhoudelijk ter terechtzitting behandeld terwijl de oudste raadsheer, die zich in quarantaine bevond in verband met COVID-19, via Skype for Business aan de berechting deelnam. In de (fysieke) zittingszaal bevonden zich de voorzitter van de meervoudige kamer, een van de raadsheren, de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte. Volgens de Tijdelijke wet COVID-19 moet voor de inhoudelijke behandeling van een strafzaak een fysieke zitting worden gehouden, een videoconferentie kan daarvoor niet in de plaats komen. Het Hof is er vanuit gegaan dat er in deze zaak een volwaardige fysieke zitting is gehouden, ook al was een van de raadheren slechts online met de zitting verbonden. De verdediging en de advocaat-generaal stemden in met de deelname van een lid van de meervoudige kamer aan de inhoudelijke behandeling door middel Skype for Business. De jeugdstrafzaak werd achter gesloten deuren behandeld. De PG gaat in op de wettelijke regeling van zittingsvoorschriften. Het uitstellen van de behandeling om letterlijk aan zittingsvoorschriften te voldoen ook als die geen redelijk doel dienen, kan volgens de PG een excessief formalisme opleveren en strijdig zijn met het beginsel van voortvarendheid. Nu er tussen de procespartijen overeenstemming is over de gang van zaken, het belang van openbaarheid niet speelt omdat de zaak achter gesloten deuren moet plaatsvinden, er geen belangen van derden in het geding zijn en evenmin fundamentele rechten worden geschonden door de wijze van berechting, is het volgens de PG aan de zittingsvoorzitter om te bepalen of de gang van zaken past in de orde van de zitting. Om de Hoge Raad in de gelegenheid te brengen zich over de wijze van behandeling van deze zaak uit te laten heeft de PG in zijn vordering CW als rechtsmiddel geformuleerd dat er in de onderhavige zaak door het Hof geen arrest is gewezen naar aanleiding van een terechtzitting in de zin van het Wetboek strafvordering.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.