ECLI:NL:PHR:2019:991
Parket bij de Hoge Raad · 09-07-2019 · zaaknummer 18/00202
Inhoudsindicatie
Verdachte n-o in h.b, art. 416.2 Sv. Verstekverlening tegen niet verschenen verdachte. Middel over niet uitreiken van dagvaarding in h.b. op verdachtes verblijfadres. HR: middel slaagt op in CAG vermelde gronden. CAG: Moet in p-v van laatste tz. en vonnis van de Rb vermelde woonadres worden aangemerkt als adres a.b.i. art. 588.1.b.2 Sv? Onbekendheid van een feitelijke woon- of verblijfplaats kan niet worden aangenomen, indien niet is getracht de uitreiking van de dagvaarding te doen plaatsvinden op het uit de stukken blijkend - voor de hand liggend en niet door een latere opgave achterhaald - adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte zou kunnen gelden (vgl. ECLI:NL:HR:2002:AD5163). Hof heeft geen woord gewijd aan adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden, terwijl correspondentie die het Hof heeft gehecht aan p-v van tz. in h.b. d.d. 05-07-2017 o.m. bestaat uit een e-mailbericht d.d. 22-06-2017 van verdachtes vrouw aan verdachtes raadsman waarin als adres X is vermeld. Zonder nadere motivering is daarom onbegrijpelijk dat niet is getracht de dagvaarding en/of de oproeping uit te reiken aan dat adres. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
