Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2019:974

Parket bij de Hoge Raad · 30-09-2019 · zaaknummer 19/01700

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 30-09-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak waarin aan de belanghebbende na een als niet rechtsgeldig beoordeeld ontslag door het Hof een nabetaling van 10 jaar salaris werd toegekend. In geschil is of de salarisnabetaling terecht in 2014 is belast. De Inspecteur beoordeelde het bezwaar tegen de aanslag aanvankelijk als niet-ontvankelijk. Hij behandelde het bezwaar vervolgens als verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit bij beschikking af. Na bezwaar vernietigde de Inspecteur die beschikking omdat hij het bezwaar alsnog ontvankelijk achtte. Na beroep en hoger beroep dienaangaande komt de belanghebbende tegen de betreffende uitspraak van het Hof op in cassatie. De A-G concludeert dat dat beroep in cassatie niet-ontvankelijk is omdat het belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. De Hoge Raad kan derhalve geen uitspraak doen over de merites van de betreffende uitspraak van het Hof. Belanghebbendes beroep en hoger beroep inzake de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag zijn ongegrond verklaard waarna de belanghebbende ook tegen die uitspraak van het Hof beroep in cassatie heeft ingesteld. De A-G meent, met het Hof maar anders dan belanghebbende, dat de salaristermijnen niet voor 2014 vorderbaar en tevens inbaar waren (verg. HR BNB 1953/220 en 1977/101). Wil het salaris inbaar zijn, dan moet de werkgever immers onverwijld overgaan tot betaling als belanghebbende daar om verzoekt. De termijnen zijn, volgens A-G Niessen, evenmin rentedragend geworden, mede in aanmerking genomen dat de verschuldigdheid van moratoire interessen niet als zodanig geldt (verg. HR BNB 1977/167). De omstandigheid dat de heffing over het gehele uitgekeerde bedrag in één keer een progressienadeel teweeg brengt, is – mede gezien het bestaan van de middelingsregeling – niet in strijd met het EVRM, aldus de A-G. Volgt conclusie tot niet-ontvankelijkheid respectievelijk ongegrondheid van de beroepen in cassatie.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.