ECLI:NL:PHR:2019:853
Parket bij de Hoge Raad · 03-09-2019 · zaaknummer 18/01862
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. 1. Poging tot moord of bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht? De A-G is van oordeel dat er toereikend bewijs is voor het voor poging tot moord vereiste opzet. 2. Proceskosten (art. 592a Sv). Kan de veroordeling in de proceskosten hoger zijn dan door de benadeelde partij wordt gevorderd? Kan de verdachte aangemerkt worden als de in het ongelijk gestelde partij als de benadeelde partij grotendeels niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering? De A-G beantwoordt beide vragen mede op basis van een vergelijking met het burgerlijk procesrecht (art. 237 Rv) bevestigend, maar is desondanks van oordeel dat de begroting van de kosten voor rechtsbijstand aan de hand van het "Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven" op basis van het gevorderde bedrag in dit geval onbegrijpelijk is. De A-G stelt zich dan ook op het standpunt dat de Hoge Raad het arrest van het hof ten aanzien van de beslissing over de proceskosten dient te vernietigen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
