ECLI:NL:PHR:2019:805
Parket bij de Hoge Raad · 08-08-2019 · zaaknummer 19/00202
Inhoudsindicatie
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 19/00202. In geschil is of belanghebbende uitgaven voor de aanschaf van een traplift kan aftrekken als uitgaven voor specifieke zorgkosten, terwijl hij hier geen recht op zou hebben indien hij een Wmo-voorziening zou hebben aangevraagd. De belanghebbende in deze zaak heeft in 2013 een traplift aangeschaft. Voor deze kosten kon belanghebbende in beginsel een Wmo-voorziening aanvragen bij zijn gemeente. Belanghebbende heeft echter geen Wmo-voorziening bij de gemeente aangevraagd. De eigen bijdrage die hij voor de tegemoetkoming zou moeten betalen zou, vanwege de hoogte van zijn inkomen en vermogen, gelijk zijn aan het bedrag van de tegemoetkoming. Belanghebbende heeft de kosten voor de aanschaf van de traplift als uitgaven voor specifieke zorgkosten in zijn aangifte IB/PVV 2013 opgenomen. De inspecteur heeft aftrek van deze kosten echter niet toegestaan, omdat hij meende dat de kosten voor de aanschaf van de traplift als een krachtens de Wmo verschuldigde bijdrage moesten worden beschouwd. De Rechtbank was het met de inspecteur eens, het Hof niet. De Staatssecretaris heeft vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. In de conclusie wordt onderzocht op welke wijze de term ‘krachtens de Wmo verschuldigde bijdragen’ van artikel 6.18, lid 1, onderdeel d, Wet IB 2001 moet worden verstaan. De Advocaat-Generaal (A-G) Niessen merkt op dat in beginsel twee uitkomsten mogelijk zijn (i) het betreft alleen verschuldigde bijdragen die daadwerkelijk door een persoon voldaan moeten worden, en (ii) het betreft de bijdragen die een persoon zou moeten betalen ongeacht of hij een aanvraag voor een Wmo-voorziening zou hebben gedaan. Volgens de A-G verdient de tweede uitkomst de voorkeur. Deze uitkomst is het meest in lijn met het doel en de strekking van de specifieke zorgkostenregeling als vangnet voor kosten van chronisch zieken en gehandicapten. Ook doet de tweede uitkomst het meeste recht aan de onderlinge samenhang tussen de Wmo en de specifieke zorgkostenregeling. Het door de Staatssecretaris voorgestelde middel slaagt
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
