ECLI:NL:PHR:2019:762
Parket bij de Hoge Raad · 23-04-2019 · zaaknummer 18/04125
Inhoudsindicatie
Herziening. Aanvraag berust op de stelling dat indien de Pr. bekend was geweest met de sepotbeslissing van het CVOM gericht aan aanvrager, de Pr het OM n-o had verklaard in de vervolging in de vervolging t.a.v. feit 2. HR: op de gronden van de CAG is de aanvraag gegrond. CAG: aan de onderhavige stukken zijn voldoende deugdelijke argumenten te ontlenen die het oordeel dat de “Kennisgeving sepot” inderdaad betrekking heeft op feit 2 kunnen dragen, terwijl er geen enkel argument valt aan te wijzen die houvast biedt aan de gedachte dat aanvrager op één en dezelfde dag nog eens zou zijn aangehouden voor – kort gezegd – het rijden zonder geldig rijbewijs of dat de pleegdatum en/of –plaats bij het sepotfeit niet zou(den) kloppen. Volgt verwijzing wat betreft feit 2, teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan recht te doen en daarbij ex art. 478.2 Sv voor feit 1 de straf te bepalen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
