ECLI:NL:PHR:2019:672
Parket bij de Hoge Raad · 25-06-2019 · zaaknummer 17/02915
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Aanwezigheidsrecht, art. 588a Sv. Verdachte heeft in de politieverhoren naast een woonadres (tevens GBA-adres) ook een adres opgegeven waar hij regelmatig verblijft. De AG is van oordeel dat dit opgegeven verblijfadres moet worden opgevat als een opgave in de zin van art. 588a lid 1 onder a Sv. Uit stukken blijkt dat niet een afschrift van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep aan dit (niet als achterhaald te beschouwen) adres is toegezonden, terwijl zij verder ook niets inhouden waaruit kan volgen dat de verzending ex art. 588a lid 3 Sv achterwege kon blijven. Het hof had ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Het advies van de AG aan de Hoge Raad is het bestreden arrest te vernietigen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
