ECLI:NL:PHR:2019:563
Parket bij de Hoge Raad · 28-05-2019 · zaaknummer 18/02172
Inhoudsindicatie
Lokaalvredebreuk, art. 138.1 Sr. Bewijsklacht m.b.t. het “wederrechtelijk vertoeven” in een hotel. HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:1951:67 m.b.t. art. 138.1 Sr. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof o.m. het volgende vastgesteld. Nadat verdachte namens rechthebbende al een formele waarschuwing had gekregen vanwege het veroorzaken van geluidsoverlast, is n.a.v. nieuwe klachten over geluidsoverlast door een nachtportier aan verdachte medegedeeld dat “hij zijn spullen moest gaan pakken, omdat hij niet langer welkom was in het hotel”. Verdachte heeft zich vervolgens, ook na herhaalde vordering vanwege de rechthebbende, niet uit het hotel verwijderd. Het mede op die vaststellingen gebaseerde oordeel van het Hof dat verdachte, vanaf het moment waarop aan verdachte is medegedeeld dat hij niet langer welkom was in het hotel, wederrechtelijk in het hotel heeft vertoefd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Anders dan het middel betoogt, doet daaraan niet af dat verdachte op grond van een civielrechtelijke overeenkomst in het hotel verbleef en voor zijn kamer had betaald. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
