ECLI:NL:PHR:2019:195
Parket bij de Hoge Raad · 05-03-2019 · zaaknummer 17/04831
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv tegen zekerheidstelling ex art. 118a Sv. In het middel wordt - met een beroep op 13 EVRM en daarop gebaseerde uitspraken van het EHRM – de HR verzocht om terug te komen op zijn oordeel in ECLI:NL:HR:2008:BB9841, te weten dat geschillen omtrent de uitvoering, inclusief teruggave, van een overeengekomen zekerheidstelling ingevolge art. 118a Sv aan de burgerlijke rechter kunnen worden voorgelegd en dat beklag hierover ex art. 552a Sv niet ontvankelijk is. Volgens de AG zou het beter zijn als alle geschillen die samenhangen met (de afwikkeling van) strafvorderlijk beslag door de strafrechter zouden kunnen worden beslecht. Daarmee is nog niet gezegd dat de openstaande gang naar de burgerlijke rechter niet een effective remedy is als bedoeld in art. 13 EVRM. Dat is in cassatie door de klager ook niet aannemelijk gemaakt. Het advies aan de Hoge Raad is het cassatieberoep te verwerpen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
