Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2019:172

Parket bij de Hoge Raad · 22-02-2019 · zaaknummer 18/00010

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 22-02-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

WOZ-beschikking 2016. Kan de ná de Hofuitspraak over 2016, voor 2017 nader vastgestelde lagere waardering naar dezelfde peildatum, nog effectief in cassatie worden ingebracht? Moet, althans mag, de Hoge Raad de eigenaar / verhuurder oproepen als derde-belanghebbende? Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00010 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 november 2017. De inzet van het beroep in cassatie van belanghebbende is de juist te achten waardering van de woning (nieuwbouw) per toestandsdatum 1 januari 2016. In de WOZ-beschikking voor het jaar 2016 is gewaardeerd op € 78.500, als gevolgd door het Hof bij uitspraak van 21 november 2017. Echter, na de Hofuitspraak is de WOZ-beschikking voor het jaar 2017, met waardepeildatum eveneens 1 januari 2016, bij uitspraak op bezwaar van 15 februari 2018 nader bepaald op € 60.000. In het licht hiervan acht belanghebbende, die als huurder een lagere waardevaststelling bepleit, de Hofuitspraak onbegrijpelijk. Een waardering per dezelfde datum die achteraf bijna een kwart lager uitkomt, roept volgens de A-G gerede twijfel op over de juistheid van de eerdere waardering, als onderschreven door het Hof. De daartegen gerichte klacht slaagt. Daarbij vermeldt de A-G twee opmerkingen van processuele aard. De eerste is dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat als moet worden gewaardeerd naar de toestand op een bepaalde datum, nadien bekend geworden informatie welke betrekking heeft op die datum, dient te worden meegewogen. De tweede processuele opmerking is dat nu de desbetreffende nadere informatie pas beschikbaar is gekomen ná de Hofuitspraak, die informatie mag worden ingebracht in de cassatieprocedure, zonder dat sprake is van een ongeoorloofd novum. Het verwijzingshof zal de waardering nader moeten beoordelen en vaststellen. Overigens speelt in cassatie de procedurele vraag of de Hoge Raad, zoals de Rechtbank en het Hof hebben gedaan, gehouden althans bevoegd is in de cassatieprocedure als derde-belanghebbende de eigenaar/verhuurder op te roepen, van wie bekend is dat deze handhaving voorstaat van de oorspronkelijke waardering op € 78.500. De materiële achtergrond van deze WOZ-procedure is namelijk een lopend geschil tussen belanghebbende als huurder en de eigenaar over de hoogte van de huurprijs. De A-G is van mening dat de geldende wettelijke regelingen geen grondslag bieden om de eigenaar/verhuurder als derde-belanghebbende in cassatie op te roepen in deze WOZ-procedure van belanghebbende/huurder. Oproepen zal het verwijzingshof wel kunnen, als het inderdaad komt tot vernietiging en verwijzing. De A-G zou de Hoge Raad in overweging willen geven nu niet zelf enige leemte te gaan invullen in de rechtsbescherming van de derde/belanghebbende in cassatie, maar af te wachten welke wettelijke gevolgen het voorliggende Consultatiedocument op dit gebied zal krijgen. De A-G meent dat de wetgever nu aan zet is. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.