ECLI:NL:PHR:2019:1339
Parket bij de Hoge Raad · 17-12-2019 · zaaknummer 19/05016
Inhoudsindicatie
Vordering tot cassatie in het belang de wet betreffende een uitspraak van het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (art. 75 wet BIG). Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Zaak hangt samen met de strafrechtelijke zaak 19/04910 CW. De bedoeling van deze vordering is om de Hoge Raad in de gelegenheid te stellen sturing te geven aan de rechtsontwikkeling aangaande euthanasie, in het bijzonder in relatie tot patiënten die lijden aan dementie. Het gaat in deze vordering vooral om de rol van het Centraal Tuchtcollege bij de toetsing van het handelen van de arts bij levensbeëindiging, indien de toetsingscommissie heeft geoordeeld dat er sprake is van onzorgvuldig handelen in de zin van de Wtl. De bedoeling van deze vordering is om de Hoge Raad in de gelegenheid te stellen sturing te geven aan de rechtsontwikkeling aangaande euthanasie, in het bijzonder in relatie tot patiënten die lijden aan dementie. Het gaat in deze vordering vooral om de rol van het Centraal Tuchtcollege bij de toetsing van het handelen van de arts bij levensbeëindiging, indien de toetsingscommissie heeft geoordeeld dat er sprake is van onzorgvuldig handelen in de zin van de Wtl. Geconcludeerd wordt dat het Centraal Tuchtcollege door te overwegen dat de wettelijke toedeling van taken meebrengt dat het tuchtcollege, in het bijzonder wanneer het de vraag naar een rechtsgeldig verzoek tot euthanasie krijgt voorgelegd, het oordeel van de toetsingscommissie als uitgangspunt dient te nemen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De tuchtrechter is in de voorgelegde zaak niet gebonden aan het oordeel van een toetsingscommissie. Door een te beperkt toetsingskader te hanteren heeft het Centraal Tuchtcollege de beoordeling van de klacht over de geldigheid van het euthanasieverzoek en de klacht over het ontbreken van communicatie van de arts met de patiënte over het voornemen en het moment van uitvoering van euthanasie, onvoldoende gemotiveerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
