Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2019:1302

Parket bij de Hoge Raad · 29-10-2019 · zaaknummer 18/02670

StrafrechtGepubliceerd 11-12-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs door bij staandehouding ID-bewijs op naam van neef te overhandigen, art. 231.2 Sr. Is sprake van hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr na toewijzing vordering wijziging tll. a.b.i. art. 313 Sv, waarbij aan tlgd. opgeven van valse naam (art. 435.4 Sr) subsidiair art. 231.2 Sr is toegevoegd? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102 m.b.t. relevante vergelijkingsfactoren die dienen te worden betrokken bij beoordeling van vraag of sprake is van “hetzelfde feit”. Aan verdachte verweten gedraging is in tll. omschreven als door opsporingsambtenaar naar zijn identificerende persoonsgegevens gevraagd andere dan zijn werkelijke naam opgeven. In vordering wijziging tll. is aan verdachte verweten gedraging omschreven als opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van niet op naam van drager gesteld identiteitsbewijs. Tll. is toegesneden op art. 435.4 Sr en vordering wijziging tll. op art. 231.2 Sr. Mede gelet op wetsgeschiedenis strekt strafbaarstelling van opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van niet op naam van drager gesteld identiteitsbewijs a.b.i. in art. 231.2 Sr ertoe, evenals strafbaarstelling van opgeven van valse naam in de zin van art. 435.4 Sr, te voorkomen dat personen wederrechtelijk gebruik maken van identificerende persoonsgegevens van ander. Gedragingen van verdachte verschillen niet wat betreft tijd waarop, plaats waar en omstandigheden waaronder zij zouden zijn verricht, terwijl ook aard en kennelijke strekking van “opgeven” van valse naam (zoals omschreven in op art. 435.4 Sr toegesneden tll.) in de kern niet afwijkt van “overhandigen” dan wel “tonen” van niet op naam van drager gesteld identiteitsbewijs (zoals omschreven in op art. 231.2 Sr toegesneden vordering wijziging tll.). Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat door toewijzen van vordering wijziging tll. sprake blijft van “hetzelfde feit” in de zin van art. 68 Sr, juist. Daaraan doet niet af dat strafmaxima die op onderscheiden feiten zijn gesteld in meer dan geringe mate uiteenlopen en dat art. 231.2 Sr - anders dan art. 435.4 Sr - misdrijf betreft. Volgt verwerping.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.