ECLI:NL:PHR:2019:1233
Parket bij de Hoge Raad · 26-11-2019 · zaaknummer 18/02834
Inhoudsindicatie
Conclusie AG over de oproeping van een niet-verschenen getuige en het gebruik voor het bewijs van diens verklaring. Art. 288 lid 1 onder a Sv. Het hof heeft de verzoeken tot het horen van de aangever, na meerdere tevergeefse pogingen zijn verblijfplaats te achterhalen, afgewezen op de grond dat onaannemelijk is dat de getuige binnen afzienbare tijd te traceren is of bij de RHC gehoord kan worden. Volgens de AG getuigt dit oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk. Daarbij neemt de AG in het bijzonder in aanmerking dat eerdere vergelijkbare informatie ook niet tot adresgegevens van de getuige heeft geleid. Ook het oordeel van het hof dat de bewezenverklaring niet enkel steunt op de verklaring van aangever maar ook en in voldoende mate op het overige bewijs, is volgens de AG niet onbegrijpelijk. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep met toepassing van art. 81.1 RO te verwerpen. Samenhang met 18/02833 en 18/02866.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
