ECLI:NL:PHR:2019:1209
Parket bij de Hoge Raad · 26-11-2019 · zaaknummer 18/04518
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag tegen beslag ex art. 94 Sv op een geldbedrag, onder een ander dan klager. De AG is van oordeel dat de opvatting, dat de rechtbank zich had moeten onthouden van een eigen oordeel over de gegrondheid van het beklag omdat de officier van justitie zich al op het standpunt had gesteld dat het strafvorderlijk belang zich niet langer verzette tegen teruggave van het geld en klager als redelijkerwijs rechthebbende moest worden aangemerkt, onjuist is. Wel heeft de rechtbank door te oordelen dat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als eigenaar c.q. rechthebbende moet worden aangemerkt, een onjuiste maatstaf toegepast. De AG geeft de Hoge Raad in overweging de beschikking te vernietigen en de zaak terug te wijzen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
