ECLI:NL:PHR:2018:735
Parket bij de Hoge Raad · 03-07-2018 · zaaknummer 17/04352
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Uitlevering aan de Verenigde Staten. Antilliaanse zaak. Uitlokking en dreigende flagrante inbreuk op artikel 6 lid 1 EVRM. Hof: er is geen ruimte voor het Hof zich uit te laten over de rechtmatigheid van de bewijsgaring zodat het Hof zich dienaangaande van een oordeel zal onthouden. Dat ligt niet anders in een zaak waar sprake is van uitlokking. AG: het oordeel of sprake is van uitlokking kan relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of de opgeëiste persoon na zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM. Voor het risico van een dergelijke inbreuk is vereist dat sprake is van het reële risico dat bewijs dat het resultaat is van uitlokking, door de nationale rechter ten nadele van de verdachte zal worden gebruikt. Geen cassatie omdat het beroep op uitlokking en het ontbreken van een effectief rechtsmiddel niet voldoende is onderbouwd (vlg. HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463, NJ 2017/276). CAG: verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
