ECLI:NL:PHR:2018:630
Parket bij de Hoge Raad · 24-04-2018 · zaaknummer 17/02507
Inhoudsindicatie
Herziening. Medeplegen kraken, art. 138a Sr. Aangevoerd wordt dat Pr aanvraagster zou hebben vrijgesproken indien hij bekend zou zijn geweest met nadien afgelegde verklaring verbalisant. Op de in CAG vermelde gronden is sprake van een gegeven a.b.i. art. 457 Sv. CAG: Nu blijkens op 27 juni 2016 afgelegde verklaring van verbalisant A tegenover Rh-C diens in het p-v van 30 december 2014 vervatte constatering dat aanvraagster is aangehouden in het pand niet berust op diens eigen waarneming en evenmin op de inhoud van de bijlagen waarnaar in dat p-v wordt verwezen, terwijl Pr de inhoud van dat p-v mede aan zijn beslissing dat aanvraagster het haar tlgd. feit heeft begaan ten grondslag heeft gelegd, rijst het ernstige vermoeden dat Pr, was hij met de tegenover Rh-C afgelegde verklaring van A bekend geweest, aanvraagster zou hebben vrijgesproken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Hof drie medeverdachten van aanvraagster, nadat o.m. verbalisant A door Rh-C was gehoord, van het tlgd. kraken heeft vrijgesproken bij gebrek aan overtuigend bewijs. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar Hof.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
