Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2018:391

Parket bij de Hoge Raad · 03-04-2018 · zaaknummer 17/02038

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 25-04-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Gemeenschappelijke bijlage heeft ECLI:NL:PHR:2018:393, bij de conclusies van 3 april 2018 inzake 17/00303, 17/02030, 17/02035, 17/02038. Belanghebbende heeft in de periode van 19 april 2010 tot en met 4 augustus 2011 op eigen naam en voor eigen rekening aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van bevestigingsmiddelen. De Inspecteur heeft ingevolge Verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad van 26 januari 2009 tot instelling van een antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China antidumpingrechten geheven. In deze zaak, alsmede in de zaken met nrs. 17/00303, 17/02030, en 17/02035 die gelijktijdig met de onderhavige conclusie zullen worden gepubliceerd, staat onder meer de vraag centraal (eerste cassatiemiddel) of Verordening nr. 91/2009 ongeldig is vanwege strijdigheid met respectievelijk Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende de beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap en Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap. Voorts is in geschil of Uitvoeringsverordening nr. 2016/278 terugwerkende kracht heeft, zodat de door belanghebbende betaalde antidumpingrechten aan haar moeten worden terugbetaald (tweede cassatiemiddel), of artikel 3 van Uitvoeringsverordening nr. 2016/278 aan kwijtschelding in de weg staat (derde cassatiemiddel) en of de ingevoerde bevestigingsmiddelen onder postonderverdeling 7318 15 10 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) moeten worden ingedeeld als ‘gedraaide of gedecolleteerde schroeven’ (vierde cassatiemiddel). Het eerste tot en met het derde cassatiemiddel behandelt de A-G in de bij de onderhavige zaak, en de zaken met nrs. 17/00303, 17/02030 en 17/02035 behorende gemeenschappelijke bijlage. In deze bijlage komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: • de totstandkoming van Verordening nr. 91/2009 (hoofdstuk 2); • de geldigheid van Verordening nr. 91/2009 in het licht van de WTO-antidumpingovereenkomst, zoals uitgelegd bij de aanbevelingen en uitspraken van het DSB (hoofdstuk 3); • de bevoegdheid van de nationale rechter (hoofdstuk 4); • de geldigheid van Verordening nr. 91/2009 in het licht van artikel 3, lid 2 en artikel 4, lid 1, van de Basisverordening (hoofdstuk 5); • de geldigheid van Verordening nr. 91/2009 in het licht van artikel 2, leden 10 en 11, van de Basisverordening (hoofdstuk 6 en 7); • de geldigheid van Verordening nr. 91/2009 in het licht van artikel 9, lid 4, van de Basisverordening (hoofdstuk 8); • de terugwerkende kracht van Uitvoeringsverordening nr. 2016/278 (hoofdstuk 9); en • de terugbetaling van antidumpingrechten (hoofdstuk 10). Het vierde cassatiemiddel komt in de onderhavige conclusie aan bod. De A-G komt tot de slotsom dat het tweede en derde cassatiemiddel falen. Met betrekking tot het eerste en vierde cassatiemiddel geeft de A-G de Hoge Raad in overweging het HvJ prejudiciële vragen te stellen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.