ECLI:NL:PHR:2018:334
Parket bij de Hoge Raad · 13-02-2018 · zaaknummer 16/02910
Inhoudsindicatie
Betekening appeldagvaarding. Achteraf vastgestelde onjuiste feitelijke grondslag op de grond dat BRP-adres verdachte in ID-staten SKDB waarvan Hof kennelijk is uitgegaan, niet overeenkomt met BRP-adres verdachte in ID-staat SKDB van latere datum. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Appeldagvaarding is tevergeefs aangeboden op BRP-adres verdachte, zoals dat blijkt uit ID-staten SKDB van 23-11-2015, 10-12-2015 en 5-1-2016, en vervolgens ex art. 588.3.c Sv uitgereikt aan griffier met verzending van afschrift appeldagvaarding aan voornoemd adres. ID-staat SKDB van 29-4-2016 houdt in dat verdachte in desbetreffende periode in BRP stond ingeschreven op ander adres. Gelet op inhoud ID-staat SKDB d.d. 29-4-2016, rijst het ernstige vermoeden dat ‘s Hofs oordeel dat appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend op een onjuiste feitelijke grondslag berust. HR verklaart dagvaarding in h.b. nietig.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
