ECLI:NL:PHR:2018:233
Parket bij de Hoge Raad · 09-03-2018 · zaaknummer 17/03217
Inhoudsindicatie
A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende de kosten van de medische keuring ter zake van het door hem in 2012 gevolgde [B] Programma van [A] in aftrek kan brengen als scholingsuitgaven. De Rechtbank is van oordeel dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het [B] Programma van [A] een opleiding als bedoeld in artikel 6.27 lid 1 Wet IB 2001 is. De aftrek wegens scholingsuitgaven is volgens de Rechtbank dan ook ten onrechte gecorrigeerd. In hoger beroep wordt door de Inspecteur niet langer bestreden dat het door belanghebbende in 2012 gevolgde [B] Programma van [A] een opleiding als bedoeld in artikel 6.27 lid 1 Wet IB 2001 is. De gedane uitgaven dienen als scholingsuitgaven in aanmerking te worden genomen, behoudens de kosten van de medische keuring. Naar ’s Hofs oordeel vormen de kosten van de medische keuring evenzeer scholingsuitgaven. Redengevend hiervoor achtte het Hof de omstandigheid dat tot het [B] Programma onder meer een verplichte lesvlucht behoorde die niet zonder een (positieve) medische keuring kon worden afgelegd. Daaruit volgt volgens het Hof dat de onderhavige kosten van de medische keuring in een rechtstreeks verband staan met de door belanghebbende gevolgde opleiding of studie. De staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris betoogt dat het Hof niet meer heeft gedaan dan het vaststellen dat de kosten worden opgeroepen door de opleiding (is een “conditio sine qua non” aanwezig?). Hij meent dat uit de wetsgeschiedenis volgt er ook een kwalitatieve voorwaarde wordt gesteld ten aanzien van het verband tussen uitgaven en opleiding. Het verband moet dermate sterk zijn dat de uitgaven kunnen worden beschouwd als uitgaven voor scholing. De A-G overweegt dat de door het Hof vermelde omstandigheid dat het [B] Programma niet kan worden gevolg zonder dat een medische keuring is ondergaan, ontegenzeggelijk impliceert dat de kosten van die keuring in verband staan met de opleiding. Het lijkt de A-G ook evident dat de medische keuring bij de onderhavige opleiding wordt vereist, omdat alleen mensen in goede conditie kwalificeren om als piloot werkzaam te zijn. Daarmee staat volgens de A-G echter nog niet vast dat de uitgaven rechtstreeks verband houden met de opleiding of studie. Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad leidt hij af dat – om van scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27 Wet IB 2001 te kunnen spreken – de uitgaven betrekking moeten hebben op het studeren voor het beroep zelf. De in het Memorie van Toelichting bij de Wet IB 2001 opgenomen voorbeelden (“lessen”, “vakliteratuur” en “leermiddelen” hebben alle gemeen dat zij de student leren wat hij later moet kennen en kunnen. Dit is bij een medische keuring niet het geval. Belanghebbende wordt met de medische keuring niet “geschoold”, maar “gekeurd”. Uit het bovenstaande volgt, zo meent de A-G, dat de onderhavige uitgaven niet in rechtstreeks verband met de door belanghebbende gevolgde opleiding zijn gedaan in de betekenis die de wetgever daaraan heeft gegeven. Derhalve is het Hof in zijn uitspraak uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, zodat het middel van de Staatssecretaris slaagt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
