ECLI:NL:PHR:2018:1518
Parket bij de Hoge Raad · 31-10-2018 · zaaknummer 18/00998
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is een winkelier. Zij heeft biologische winkels en verkoopt voornamelijk producten tegen het verlaagde omzetbelastingtarief. In de winkels zijn eveneens enkele producten verkrijgbaar die onder het algemene omzetbelastingtarief vallen. De producten zijn dubbel geprijsd; elk product heeft een consumentenprijs en een lagere ledenprijs. Om de producten tegen de ledenprijs te kunnen kopen moeten de klanten onder meer een participatie verwerven in de coöperatie die indirect 100% van de aandelen houdt in belanghebbende en deelnemen aan een ledenprijzensysteem. Dit systeem houdt in dat de klanten een maandelijkse bijdrage aan belanghebbende zijn verschuldigd. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. De klanten kunnen per maand kiezen voor deelname aan het ledenprijzensysteem. Belanghebbende heeft ter zake van de in het derde kwartaal van 2015 ontvangen maandelijkse bijdragen omzetbelasting voldaan naar het algemene tarief. Tegen deze voldoening op aangifte heeft zij bezwaar gemaakt. Belanghebbende is van mening dat de maandelijkse bijdrage behoort tot de vergoeding die zij ontvangt voor de levering van de producten. Belanghebbende wil bereiken dat zij de omzetbelasting die verschuldigd is over de maandelijkse bijdrage grotendeels tegen het verlaagde omzetbelastingtarief kan voldoen. Zij heeft in dat verband berekend in welke verhouding zij producten tegen het verlaagde respectievelijk het algemene tarief levert. Als de maandelijkse bijdrage niet als vergoeding voor de levering van de producten kan worden beschouwd, stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de betaling van de maandelijkse bijdrage niet de vergoeding is voor een prestatie. Is toch sprake van een prestatie dan stelt belanghebbende dat deze prestatie bijkomend is bij de levering van de producten. Zowel de Rechtbank als het Hof heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld. Het Hof oordeelt dat geen noodzakelijk verband bestaat tussen de maandelijkse bijdrage en de levering van de producten. Deze bijdrage behoort daarom niet tot de maatstaf van heffing voor de levering van de producten. Verder oordeelt het Hof dat belanghebbende in ruil voor de maandelijkse bijdrage een prestatie levert aan de klant. De klant verkrijgt namelijk het recht producten met korting aan te schaffen. Het Hof oordeelt tot slot dat deze prestatie niet bijkomend is bij de levering van de producten in de winkels. Het verkrijgen van het recht op korting vormt naar ’s Hofs oordeel een doel op zich en heeft zelfstandige betekenis. In cassatie voert belanghebbende twee klachten aan die overeenkomen met de stellingen die zij voor het Hof heeft ingenomen. Volgens de eerste klacht moet de maandelijkse bijdrage tot de maatstaf van heffing voor de levering van de producten worden gerekend. De tweede klacht voert aan dat tegenover de betaling van de maandelijkse bijdrage geen prestatie wordt geleverd en zo toch een prestatie wordt geleverd, die prestatie bijkomend is bij de levering van de producten. A-G Ettema is van mening dat het Hof terecht tot de conclusie is gekomen dat de maandelijkse bijdrage niet tot de maatstaf van heffing voor de levering van de producten kan worden gerekend. Een rechtstreeks verband tussen de betaling van de bijdrage en de levering van de producten ontbreekt. De eerste klacht faalt daarom. Belanghebbende verleent tegen betaling het recht goederen te kopen tegen een lagere prijs. Tussen het verlenen van het recht en de betaling van de bijdrage bestaat een rechtstreeks verband. De A-G meent dat het verlenen van het recht als een dienst moet worden aangemerkt. Deze dienst kan niet als bijkomend bij de verkoop van de producten worden beschouwd omdat het verkrijgen van het recht voor de klanten een doel op zich vormt. Dit betekent dat ook de tweede klacht faalt. Aangezien beide klachten falen, moet het beroep in cassatie volgens de A-G ongegrond worden verklaard.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
