ECLI:NL:PHR:2018:1255
Parket bij de Hoge Raad · 18-09-2018 · zaaknummer 17/01739
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 Sr. Levert het door verdachte in de cellengang van een politiebureau achter het slachtoffer, een hem onbekende vrouw (in burger geklede hoofdagent van politie), langs lopen en onverhoeds in haar bil knijpen, waarna verdachte lacht en zegt: “It was a joke”, een ontuchtige handeling op? Grapverweer. Gelet op wat het Hof heeft vastgesteld omtrent de omstandigheden waaronder verdachte in de bil van aangeefster heeft geknepen, getuigt zijn oordeel dat sprake is van een "ontuchtige handeling" i.d.z.v. art. 246 Sr niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat het bilknijpen mogelijk bedoeld was als grap en evenmin dat door de verdediging als motief is aangevoerd dat verdachte handelde "in een opwelling van vreugde" vanwege zijn vrijlating. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
