ECLI:NL:PHR:2018:116
Parket bij de Hoge Raad · 13-02-2018 · zaaknummer 16/03726
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Art. 6 WVW 1994. Klacht 1. mbt begrijpelijkheid oordeel hof dat vanwege significante snelheidsovertreding met het onvoldoende oog hebben voor en/of anticiperen op de verkeerssituatie aldaar sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Aangevoerd wordt dat verdachte- die op een voorrangsweg reed - toen hij zag dat het slachtoffer de kruising naderde, zijn snelheid verminderde en naar links heeft gestuurd om het slachtoffer te ontwijken. 2. Is oordeel hof dat mede gelet op de complexiteit van de zaak en het feit dat er getuigen zijn gehoord, geen sprake is van schending van de redelijke termijn in eerste aanleg begrijpelijk?
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
